Strijd
Ik kom al eens graag in een café waar ik niet thuis hoor. Om te luisteren naar het gelijk van de mensen. Hoe andere mensen omgaan met de grote vragen van het leven, zoals: “Waarom mogen wij niet roken op café?”, “Waarom moeten wij betalen om te parkeren voor de deur?” en “Waarom verdienen de bazen meer geld?”. Niet zozeer omdat ik op zoek ben naar de juiste antwoorden op deze maatschappelijke vraagstukken. Het boeit mij hoe het grote gelijk zich opbouwt. Want gelijk heb je niet, gelijk krijg je. Het begint met een stelling, die formuleer je, en als er genoeg mensen zeggen: “Ja, die heeft gelijk.”, dan gaat er iets groeien. Tot er iemand anders afkomt met een andere stelling, en die ook goed onderbouwt. Dan is het weer naar de knoppen.
Ik verkies cafés boven bijvoorbeeld de Zevende Dag, omdat op café de stellingen nog vers en kwetsbaar zijn. De gedachtegangen zijn beter verlicht. Verbaal geweld uit zich in decibels, eerder dan in niet te volgen zinsconstructies. Voor de rest is er weinig verschil. De discussie laait hoog op tot niemand er nog uit wijs geraakt en de tooghangers zich hergroeperen per mening. Dan wordt het weer rustig.
Het internet is vandaag zo’n ruimte geworden waar meningen gehergroepeerd worden. Men noemt het verschijnsel “sociale media”, maar eigenlijk zijn het gewoon groepjes die we vormen rond ons eigen gelijk. Wie het oneens zijn met de stellingen die wij innemen, die worden “unfriended” of “unfollowed”. Zo makkelijk gaat het en zo creëren we voor onszelf de zoete illusie dat de meeste mensen in de wereld dezelfde ideeën hebben over hoe de samenleving best in elkaar steekt. Of om het beeld van mijn cafés nog maar eens terug te gebruiken, er zijn cafés waar Jos Van Immerseel de norm is, en er zijn cafés waar Laura Lynn de norm is. Er zijn cafés waar je niet luidop mag zeggen dat je “Smoorverliefd” een aardige film vond, en er zijn cafés waar je een landsverrader bent als je “Les Barons” hebt gezien.
Het nadeel van die “sociale media” is dat het ene gelijk nog zelden geconfronteerd wordt met een ander gelijk. Met een andere stelling. Lees forums. De zeldzame keren dat iemand zich buiten zijn eigen gelijksbubbel begeeft om in een ander gelijk binnen te treden, dan gaat het om modder te smijten naar dat gelijk en snel terug naar eigen groep te keren en onthaald te worden door luid applaus. Hoe onbeleefder het commentaar, hoe groter het applaus in eigen rangen.
Ik kom er wel eens tussen, in zo’n café. Niet om mee te strijden, maar om te kijken of scheldpartijen boeiende gesprekken kunnen worden waar beide partijen verrijkt uitkomen. Het gebeurt, heel zelden weliswaar, dat het lukt. Het keerpunt is altijd dat er niet alleen gesproken wordt, maar ook geluisterd. Het roepen en schelden is meestal een reactie op een gevoel van onmacht; het gevoel dat er geen gehoor is. Als niemand luistert naar je favoriete plaat, dan zet je de muziek wat luider. Een eerste wondermiddel in een discussie is, ruimte geven aan het andere gelijk. Gelegenheid geven aan iemand om zijn of haar verhaal helemaal af te maken zonder onderbroken te worden. Luisteren betekent niet noodzakelijk: gelijk geven. Weinig mensen weten dat. Als je luistert kan je ook beter horen waar die andere stelling overeind blijft en waar ze wankel staat. Sterker nog, in die andere stelling kunnen elementen zitten die je eigen gedachtegang verstevigen.
We leven in een tijd waarin verschillen van mening al snel wordt gezien als ruzie maken. Dat is niet nodig. Je kan het perfect oneens zijn met elkaar en toch beleefd blijven en een voor beiden verrijkend gesprek voeren. Meer nog, we gaan het wel moeten leren, als we niet zoals vroeger ons gelijk willen gaan halen met knotsen en kogels.
Guillaume Van Der Stighelen, 27 jan 2012
Guillaume Van Der Stighelen (opninemaker en voormalig reclamemaker van oa Duval Guillaume)
http://guillaumevds.posterous.com/
